They shall grow not old

(English Version Below)

 

They shall grow not old

Silke is een meisje uit Poelkapelle, ze heeft de opstelwedstrijd (voor alle middelbare scholen in Ieper) in 2007 van de Last Post Association gewonnen. Als prijs mocht ze in september 2008 voor twee weken richting het mooie Canada!!
Dit is haar opstel:

90 jaar na de val van de Franse piloot Georges Guynemer, 90 jaar na de slag om Poelkapelle en 92 jaar na de dood van John Condon zit ik op het mooi aangelegde gazon van het British Cemetery te Poelkapelle.
Niemand in de buurt, zoals altijd omstreeks dit tijdstip. Het is 20u, nog 44 minuten wachten voor de zon ondergaat. De twee mannen die ervoor zorgen dat het gazon er altijd onberispelijk bij ligt, zijn 3 uur eerder vertrokken. Ik kom hier nooit voor 17u. Ik hou ervan alleen te zijn. Nergens is het zo stil en vredig als hier. Ironisch, 90 jaar geleden was dat wel eventjes anders.
Ik hoor hoe de bladeren van de populieren zachtjes ritselen in de wind, hoewel ze helemaal achteraan de begraafplaats staan. Dit is mijn favoriete plekje: aan de rechterkant, ver van de autobaan, tussen The Cross of Sacrifice en The Stone of Remembrance.

‘Their name liveth for evermore’ staat er op het krijtwitte altaar gebeiteld. Een zin uit het boek der Maccabeeën. Maar niemand die de namen van deze mensen nu nog kent. Het zijn vreemdelingen geworden in ons dorp. Nu en dan stopt er nog eens een kleine bus met Engelse toeristen, die hun weg door het platteland hebben gevonden, of juist niet. Daarnaast ben ik de enige – behalve de mannen die hier werken – die hier nog komt.
Een Engelse begraafplaats is niet zoals een andere begraafplaats. Het is geen donkere begraafplaats, maar een heldere en hoopvolle rustplaats. Al deze mannen waren nog in de fleur van hun leven toen ze het voor eeuwig vaarwel zegden. Ze gaven hun leven opdat wij een leven zouden kunnen leiden in vrijheid. Ze gaven hun leven nog voordat hun leven echt was begonnen. Op het moment dat ze uit hun loopgracht klauterden, wisten ze dat ze hun dood tegemoet liepen, enkel met de hoop dat hun idealen werkelijkheid zouden worden. Enkel met de hoop dat hun opoffering iets zou bijdragen aan onze vrijheid. De gedachte daaraan bezorgt me kippenvel.
Als ik voor me kijk zie ik rijen en rijen witte Portlandstenen, allen identiek. Zo vergeet je vlug dat hier 7445 jongemannen liggen, allemaal met hun eigen identiteit die ze verloren lijken te hebben. Voor 6232 is dat ook het geval, zij zijn nooit geïdentificeerd. 84% van de 7445 soldaten zijn onbekend en niemand kent hen. Opgeslokt door de tijd en de aarde, met enkel een steen ter nagedachtenis.
Een koude rilling loopt langs mijn rug. Ik besluit op mijn buik te gaan liggen om zo het naderende spektakel van de zonsondergang gade te slaan. Het zachte gras kietelt wat, maar niets kan het moment verstoren. Of toch?
Mijn gsm trilt zachtjes in de binnenzak van mijn rokje. Niet te geloven, wat een anticlimax! Mijn teleurstelling vervaagt al snel wanneer ik zie dat het een berichtje van mijn vriend is.
“Waar ben je?” luidt het berichtje.
Nog 16 minuten voor de zonsondergang…
“Engelse begraafplaats, je weet wel. Kom je? ‘k Ga kijken naar de zonsondergang, maar ’t zou leuker zijn met jou erbij. X” antwoord ik.
“Ben er direct. X”
Ik geniet nog wat van mijn laatste momenten alleen terwijl ik op hem wacht. Twee minuutjes later stapt hij al zijn fiets af en plaatst hem tegen de ingangspoort. De poort gaat piepend open en hij lacht breed wanneer hij me zo ziet liggen. Vlug komt hij dichter en vleit zich tegen me neer. Hij is zeventien, zoals sommige van deze soldaten waren toen ze sneuvelden. Hij heeft bruin halflang haar en schitterende bruine ogen. Zijn ogen fonkelen vol leven. Het idee dat jongens zoals hij hier gesneuveld zijn, raakt me en een traan welt op uit het hoekje van mijn linkeroog. Hij kijkt naar mij en veegt mijn traan weg.
“Is er iets?”vraagt hij.
“Neen, gewoon, ik dacht net dat jij evengoed als deze soldaten hier kon gesneuveld zijn. Je bent ongeveer even oud.”
“Maar dat is zo lang geleden, je moet daar niet teveel aan denken.”
“Ja, je hebt gelijk.”
Hij draait zich op zijn zij en legt zijn arm om me. Soms vergeet ik hoe lief hij is. Ik mag er niet aan denken dat hij zou opgeroepen worden om te gaan vechten in een vreemd land.
Ik draai me ook op mijn zij en kus hem zacht op zijn mond.
Heel wat soldaten die hier rusten hebben hun geliefde achtergelaten en hebben ze nooit meer teruggezien. Ik kan het me niet voorstellen dat ik hem zou moeten laten gaan en dat ik hem nooit meer zou terugzien. Ik zou het niet overleven.
“Ik zie je graag” fluister ik en hij kijkt me diep in de ogen.
“Ik jou ook.”
Hij kust me en hij streelt mijn hals langzaam. Mijn nekhaartjes gaan overeind staan van de subtiele aanraking. Ik glimlach terwijl hij zachtjes over mijn zij streelt. Ik schuif wat dichter en kus hem hartstochtelijk terwijl ik met mijn handen door zijn haar ga. Ik hou van het gevoel van zijn haren die tussen mijn vingers glijden. Hij omhelst me stevig en verstrengeld kijken we hoe de zon ondergaat boven de begraafplaats.
Net voordat de zon ondergaat, is deze plaats nog mooier dan anders. Er hangt een vreemde sfeer op de begraafplaats. Een sfeer van sereniteit en vrijheid.

Naar Laurence Binyon:
They shall grow not old, as we that are left grow old;
Age shall not weary them, nor the years condemn.
At the going down of the sun and in the morning
We will remember them.

 

 

They shall grow not old

Silke is a girl from Poelkapelle, she has won the essay game (for all high schools in Ieper) in 2007, of the Last Post Association. Her price was a trip for two weeks to the beautiful Canada in September 2008!!
This is her essay:

90 years after the disappearance of the French aviator Georges Guynemer, 90 years after the battle of Poelcapelle and 92 years after the death of John Condon, I’m sitting on the nice lawn of the British Cemetery at Poelkapelle.
No one around, as usually at this time of the day. It’s 8 pm, still 44 minutes before sunset. The two men, taking care of an ever perfect lawn, have left 3 hours ago. I never come here before 5 pm. I like to be on my own. Nowhere else you can find such peace and silence as here. Ironically, this was not the case whatsoever 90 years ago.
I hear the whispering of the poplar leaves, although they are far away at the backside of the cemetery. This is my favourite place: at the right-hand side, far from the road, between the Cross of Sacrifice and The Stone of Remembrance.

“Their name liveth for evermore” is chiselled on the chalckwhite altar. A sentence from the book of the Maccabees. But no one knows these people anymore. They have become strangers in our village. Once in a while a small bus with British tourists halts, having found their way through the old battlefields, or perhaps just the opposite. I’m the only one, besides the working men, that comes here regularly.

A British cemetery is not like any other graveyard. It’s not a dark but a bright and hopeful resting-place. All these men were still in their best years, having to say it already goodbye. They gave their lives so we can live ours in freedom, giving it before it really started. The moment they went over the top, they knew they were heading towards death, only hoping their ideals would once become reality. Only hoping their sacrifice would contribute to our freedom. Thinking about it gives me goose bumps.
Looking in front of me I see rows and rows of white Portland stones, all identical. It makes you forget there are 7445 young men buried here, all with their own identity seeming to have lost it. For 6232 of them this is truly the case, known unto God. 84 % are unknown, no-one knowing them. Swallowed up by time and earth, only a stone in remembrance. A cold shiver runs down my spine. I decide to lay down on my belly to follow the coming spectacle of the setting sun. The soft grass tickles me, but nothing can disturb this moment. Or can it?

My mobile phone vibrates softly in the pocket of my skirt. I can’t believe it, such an anticlimax ! But my disappointment fades quickly when I notice it’s a message of my boyfriend.
“Where are you?”it says.
Still 10 minutes to go for sunset…
“British Cemetery, you know ? Coming ? I’ll watch sunset, but it would be more fun with you around, X.”
“Be there any moment. X”
I enjoy my last moments alone waiting for him to arrive. Two minutes later he’s already stepping of his bike placing it against the entrance gate. The gate opens with a creaky sound and he smiles when he sees me laying on my belly. Quickly he comes closer and lays down against me. He’s seventeen, like some of these soldiers when they were killed. He has brown mid-length hair and brilliant brown eyes. His eyes are sparkling of life. The idea that boys like him have fallen here, touches me and a tear is welling up in the corner of my left eye. He looks at me and wipes away my tear.
“Something wrong?” he asks me.
“No, just thinking it could have been you that have been killed here. You’re about their age”.
“But that’s so long ago, you shouldn’t think too much about such stuff”.
“Yeah, you’re right”.
He turns on his side and puts his arm around me. Sometimes I forget his sweetness. I must resist the thought him being called up to go to fight in a strange land.
I’m also turning on my side giving him a soft kiss on his mouth. Lots of soldiers resting here have left their love and have never seen her back. I can’t imagine having to let him go never to see him again. I wouldn’t survive.
“I love you” he whispers and he looks deeply into my eyes.
“Me too.”
He kisses me and caresses me slowly in my neck. The hairs in my neck are rising by the subtle touch. I smile while he caresses softly my side. I move a little bit closer and kisses him with passion, caressing through his hair. I love the feeling of his hair gliding through my fingers. He embraces me strongly and entangled we see the sun going down above the cemetery.
Just before it sets, this place is even more beautiful than other times. There’s a strange atmosphere over the graveyard. An atmosphere of serenity and freedom.

By Laurence Binyon:
They shall grow not old, as we that are left grow old;
Age shall not weary them, nor the years condemn.
At the going down of the sun and in the morning.
We will remember them.

Vanbeselaere Silke
Vinkestraat 10
8920 Poelkapelle
SINT-VINCENTIUSCOLLEGE
6LAMT