De Zeppelin Staaken R. VI

De Zeppelin Staaken R.VI

De Zeppelin-Staaken RVI-toestellen waren, met een vleugelbreedte van 42,2m, één van de grootste vliegtuigen uit de Eerste Wereldoorlog en blijven tot op heden één van de grootste houten vliegtuigen die ooit gebouwd werden! Slechts 18 vliegtuigen van dit type werden er gemaakt, waarvan er 13 effectief aan het front werden ingezet. Slechts drie ervan werden door de geallieerden neergehaald. Ze bombardeerden Londen en Noord-Frankrijk.

Enkele Gegevens van de Zeppelin Staaken:

Power: Four engines Mercedes DIVa 260hp (90Kw)in tandam in two nacelles in "push-pull" configuration
Design: Zeppelin
Builder Automobil und Aviatik A.G.
Commissioned: Riesenflugzeug Abteilung (RFA)501, German Air Forces
Crew: Seven (commander, pilot, copilot,radio, operator, fuel attendant, one mechanic in each nacelle)
Length: 22,1m (76ft 1 in)
Wingspan: 42,2m (138ft 5,5 in)
Wing Area: 332m²(3573,6ft³)
Height: 6,3m (20ft 8 in)
Empty weight: 7921Kg (17,463lb)
Load. weight: 11,848Kg (26,120lb)
Max speed: 135Km/u (83,9mph)
Range: 800Km (500mi)
Service Ceiling: 4,320m (14,173ft)
Armament: 1800Kg (3,969lbs) of bombs and up to 5 machineguns of various types

De ontdekking in Poelcapelle:

In 1981 stootte landbouwer en toenmalige schepen van Poelkapelle Daniël Parrein bij het ploegen op de wrakstukken van een vliegtuig uit de Eerste Wereldoorlog.

Al vlug bleek dat het om een Duits toestel ging en niet om het vliegtuig van de Franse luchtheld Georges Guynemer zoals sommigen aanvankelijk hadden geopperd.

Verder opzoeking bracht geen opheldering en de stukken werden verkocht aan Piet Steen, lid van het plaatselijke “Georges Guynemer”-herdenkingscomité.

Bij een werkbezoek aan het “Musée de l’Air et de l’Espace” van Le Bourget bij Parijs, om de herdenking voor te bereiden van de negentigste verjaardag van Guynemers sneuvelen (1917), vroeg de heer Steen het advies van de technici van de afdeling “Memorial Flight”, specialisten in het herstellen van historische vliegtuigen. Na onderzoek van de foto’s van de brokstukken kwamen deze tot de bevinding dat het zou kunnen gaan om een zware Duitse bommenwerper. Dit advies was van doorslaggevende aard voor het verdere speurwerk.

Samen met het militair personeel van het “Koninklijk museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis” te Brussel werden de brokstukken vergeleken met een daar nog bewaarde Mercedes IVa motor uit een Gotha-bommenwerper. Enkele vastgestelde gelijkenissen stimuleerden de heer Steen om de zoektocht verder te zetten. Een naamplaatje met de naam “Gustav Heyde-Dresden”, een fabrikant van optisch materiaal, bracht hem op een dood spoor bij het “Deutsches Museum” in Berlijn.

Oplossingen komen soms uit een onverwachte hoek: zijn vriend Herman Vanhoutte uit Wevelgem, gaf hem de gouden raad om toch maar niet de Zeppeling-Staaken RVI-toestellen uit te sluiten. Deze waren inderdaad eveneens uitgerust met vier dergelijke Mercedes IVa-motoren.

Uit literatuuronderzoek bleek dat een Zeppelin-Staaken zou neergestort zijn te Westrozebeke op 21 april 1918. De vindplaats van de wrakstukken ligt weliswaar op het grondgebied van Poelkapelle , maar dan slechts op 100 meter van de gemeentegrens met Westrozebeke verwijderd. Dus ging het onderzoek die richting uit.

De Duitse slachtofferlijsten van de crash van 21 april 1918 werden geraadpleegd. Info werd opgezocht over de Rfa 501 (Riesenflugzeug Abteilung), die opereerde vanuit het vliegveld van Scheldewindeke bij Gent, van waaruit het betrokken toestel voor het laatst was opgestegen.

Bezatsungliste Zeppelin Staaken RVI R34/16

Name Vorname Grad Funktion Geboren Verstorben/Vermisst Begraben
Antoni Peter Flieger Soldat Mekanieker Koeln, 15.04.1897 Poelkapelle 21.04.1918 Unbekannt
Boese Hermann Sergeant Mekanieker Hannover, 23.1.1887 Poelkapelle 21.04.1918 Vladslo Block 5 Grab 1296
Boehme Martin Leutnant Beobachter Holzminden 22.2.1890 Poelkapelle 21.04.1918 Vladslo Block 5 Grab 1293
Kinzle Gustav Flieger Mekanieker Moeglingen, 20.02.1897 Poelkapelle 21.04.1918 Moeglingen (Grav abgelöst)
Leistner Johannes Oberleutenant Beobachter Lengenfield (Vogtland) 18.8.1892 Poelkapelle 21.04.1918 Vladslo Block 5 Grab 1292
Sturm Hans Oberleutnant FlugzeugFuehrer Dresden, 28.8.1891 Poelkapelle 21.04.1918 Dresden Nordfriedhof
Wiech Wilhelm Unteroffizier Mekanieker Talheim, (Gem. Moessingen), 29.2.1892 Poelkapelle 21.04.1918 Vladslo Block 5 Grab 1292

Toen bleek dat het “Air Museum” in Krakau (Polen) als enige in de wereld nog een motorengondel uit een Zeppelin-Staaken RVI bezat, nam de heer Steen via een Duitser,de heer Thomas Genth, kleinzoon van een Gotha-piloot (Bogholt 3, Sint-Denijs-Westrem), contact met dit museum in Krakau.

Technische tekeningen werden gemaakt, foto’s werden uitgewisseld en de fragmenten werden nauwkeurig vergeleken met de onderdelen van de gondel te Krakau.

Onderzoek van het reductiegedeelte tussen motor en schroef gaf een eerste bevestiging van hun vermoeden. Later kwamen de ingegraveerde kentekens met het vliegtuignummer, hendels en grotere stukken het bewijs verder staven: de gevonden brokstukken waren afkomstig van de Zeppelin-Staaken RVI R34/16 !

In de nacht van 20/21 april 1918 had de Zeppelin-Staaken RVI R34/16 een bombardement uitgevoerd op Saint-Omer, vermoedelijk op de hoofdbasis van de Royal Flying Corps (voorloper van de Royal Air Force). Op de terugweg werd het toestel bij het overvliegen van de frontlinie neergehaald, vermoedelijk door luchtafweergeschut of door Britse nachtjagers. De zeven bemanningsleden: Hans Sturm, Johannes Leistner, Wilhelm Wiech, Hermann Böse, Peter Antoni, Gustav Kinzle en Martin Böhme sneuvelden. Vier bemanningsleden kregen uiteindelijk hun laatste rustplaats op het Deutscher Soldatenfriedhof te Vladslo. De stoffelijke overschotten van twee anderen werden gerepatrieerd naar hun geboortestad om er daar begraven te worden. Naar het graf van Peter Antoni wordt nog steeds gezocht. Vermoedelijk werd ook hij overgebracht naar zijn geboortestad Keulen of rust hij nog steeds op de plaats van de crash .

De Zeppelin-Staaken RVI-toestellen waren, met een vleugelbreedte van 42,2 m, één van de de grootste vliegtuigen uit de Eerste Wereldoorlog en blijven tot op heden één van de grootste houten vliegtuigen die ooit gebouwd werden. Slechts 18 vliegtuigen van dit type werden er gemaakt, waarvan er 13 effectief aan het front werden ingezet. Slechts drie ervan werden door de geallieerden neergehaald. Ze bombardeerden Londen en Noord-Frankrijk.

De heer Steen is ervan overtuigd dat zijn ontdekking een nieuw impuls zal geven aan het historisch onderzoek met betrekking tot de inzet van deze reuzenbommenwerpers tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Gezien de vondst ontegensprekelijk een grote historische waarde heeft, werd hiervan officieel aangifte gedaan bij de bevoegde instanties van de Vlaamse Administratie. Een afschrift hiervan werd tezelfdertijd gericht aan de Duitse ambassade te Brussel.